Een artikel van Franca Damen van Damenlegal.

Het relativiteitsvereiste lijkt bij de bescherming van Natura 2000-gebieden steeds meer te zorgen voor een doodlopende weg. Want voor burgers is het inmiddels vrijwel onmogelijk om nog een inhoudelijke discussie over de bescherming van Natura 2000-gebieden te voeren bij de rechter. Dit maken een uitspraak van de Raad van State van 29 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2175) en 20 oktober 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2335) naar mijn mening weer duidelijk.

Wat houdt het relativiteitsvereiste in?

Het relativiteitsvereiste is een belangrijke regel in procedures bij de bestuursrechter. Dat vereiste bepaalt namelijk dat een bestuursrechter een besluit niet vernietigt omdat het in strijd is met een rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, terwijl die regel of dat beginsel niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept.

Kortom: iemand kan alleen succesvol bezwaren indienen met betrekking tot aspecten die strekken tot bescherming van zijn of haar belangen. Dit geldt overigens pas vanaf het moment dat de procedure aanhangig is bij de bestuursrechter. In de bezwaarfase is het relativiteitsvereiste namelijk niet van toepassing.

Rechtspraak over Natura 2000

Het relativiteitsvereiste speelt ook in procedures over natuurwetgeving een belangrijke rol. Want iemand kan misschien wel beroep indienen tegen bijvoorbeeld een natuurvergunning, maar daar vervolgens niets mee doen omdat diegene geen belang heeft bij de bescherming van een Natura 2000-gebied.

Stel dat een veehouder voor een uitbreiding van zijn veehouderij een nieuwe natuurvergunning krijgt en de buurman hiertegen beroep indient bij de bestuursrechter. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied ligt op 2 kilometer afstand. Dan mag de buurman wel beroep indienen tegen de natuurvergunning van de veehouder, maar verder heeft hij daar geen belang bij. De rechter zal namelijk oordelen dat de buurman geen belang heeft bij de bescherming van het Natura 2000-gebied. Het relativiteitsvereiste staat dan in de weg aan het vernietigen van de natuurvergunning.

Uitspraak Raad van State van 29 september 2021 en 20 oktober 2021

Wanneer iemand wel of geen belang heeft bij de bescherming van een Natura 2000-gebied, beoordeelt de rechter van geval tot geval (zie hier bijvoorbeeld een uitspraak over iemand die op een afstand van 350 meter, 500 meter of 620 meter van een Natura 2000-gebied woonde).

De uitspraak van 29 september 2021 gaat over iemand die beroep heeft ingediend en op een afstand van 500 meter van een Natura 2000-gebied woont. Tussen de woning en het gebied liggen twee dijken. Daarom heeft die persoon volgens de Raad van State geen belang bij de bescherming van dat Natura 2000-gebied. Dat er in de directe omgeving van de woning van die persoon vogels voorkomen die hun leefgebied hebben in het Natura 2000-gebied, maakt dat volgens de Raad van State niet anders.

Ook de uitspraak van 20 oktober 2021 gaat over iemand die beroep heeft ingediend en op een afstand van 500 meter van een Natura 2000-gebied woont. Volgens de Raad van State heeft die persoon geen belang bij de bescherming van dat Natura 2000-gebied. Waarom de Raad van State dat vindt, blijkt niet uit de uitspraak. Dat is naar mijn mening opmerkelijk te noemen. Niet alleen moet een uitspraak worden gemotiveerd, maar ook staat de uitspraak daarmee mogelijk haaks op een eerdere uitspraak over 500 meter tot een Natura 2000-gebied.

In die eerdere uitspraak oordeelde de Raad van State namelijk dat degene die beroep had ingediend wél belang had bij de bescherming van Natura 2000-gebied. Daarbij was van belang dat diegene vrij zicht had op dat Natura 2000-gebied. Helaas blijkt uit de uitspraak van 20 oktober 2021 niet of dat in dit geval ook zo was. Maar het relativiteitsvereiste lijkt zo bij de bescherming van Natura 2000-gebieden steeds meer te zorgen voor een doodlopende weg.